Categorie:

Iedere bestuurder is jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het boedeltekort als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het uitgangspunt is dat er een causaal verband moet zijn tussen het onbehoorlijk bestuur en het faillissement. Als dat er niet is, dan is het bestuur niet aansprakelijk voor het boedeltekort. Advocaat faillissementsrecht Daan Holtus legt uit.

Kennelijk onbehoorlijk bestuur: een hoge drempel

Voor het aannemen van kennelijk onbehoorlijk bestuur geldt een hoge drempel: geen redelijk denkend bestuurder zou onder dezelfde omstandigheden zo gehandeld hebben. Daarnaast is bij het bestuur een objectieve wetenschap van benadeling van de schuldeisers van de vennootschap vereist.

Het (moeilijk) weerlegbare vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling

Het bestuur wordt vermoed haar taak onbehoorlijk te hebben vervuld als zij niet heeft voldaan aan de administratieplicht of als zij de jaarrekening niet tijdig heeft gedeponeerd. Het niet voldoen aan deze verplichtingen wijst erop dat het bestuur zijn taak ook voor het overige onbehoorlijk heeft vervuld. Deze onbehoorlijke taakvervulling wordt (weerlegbaar) vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Het ontzenuwen van dit bewijsvermoeden is niet eenvoudig.

In alle gevallen sprake van collectieve aansprakelijkheid van het bestuur?

In een zaak bij het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde het hof dat drie (indirect) bestuurders aansprakelijk waren voor het boedeltekort, nu het bestuur door schending van de administratieplicht haar taak onbehoorlijk had vervuld. Twee aangesproken bestuurders stelden dat hun medebestuurder het faillissement had veroorzaakt doordat deze vlak voor zijn vertrek het volledige werkkapitaal van de vennootschap aan zichzelf had overgemaakt en klanten van de vennootschap had bericht dat twee bestuurders uit de onderneming zouden stappen. Het hof wees op de collectieve aansprakelijkheid van het bestuur en overwoog dat hun eventueel onderling regres de curator niet regardeerde.

Aangesproken bestuurder(s) dienen aannemelijk te maken dat onbehoorlijk bestuur het gevolg is van het handelen of nalaten van een of meer (mede)bestuurders

De aangesproken bestuurders stelden met succes beroep in cassatie in. De Hoge Raad vernietigde in zijn arrest het oordeel van het hof. Hij bepaalde dat niet alleen externe oorzaken, maar ook het handelen of nalaten van een of meer (mede)bestuurders – dat op zichzelf beschouwd geen onbehoorlijke taakvervulling oplevert – voldoende kan zijn om dit bewijsvermoeden te ontzenuwen. Van het handelen of nalaten van de bestuurders kan dan niet gezegd worden dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden hetzelfde zou hebben gedaan.

Advocaat bestuurdersaansprakelijkheid nodig? Schakel VIOTTA in.

Wordt u geconfronteerd met een aansprakelijkheidsclaim door de curator? Laat u dan adviseren door de specialisten van VIOTTA Advocaten. Wij staan met regelmaat bestuurders bij in zowel nationale als internationale procedures. Dankzij onze specifieke deskundigheid en jarenlange ervaring op het gebied van (adviseren en procederen over) bestuurdersaansprakelijkheid, is VIOTTA bij uitstek in staat u bij te staan. Neem voor vragen of een vrijblijvend advies contact op met Arnoud Fioole of Martijn Kesler. Zij helpen u graag verder.

Door VIOTTA.

Recente zaken.

Dit is waar we het beste in zijn.

Expertise.