Corporate Governance Code en governance bij private BV’s

Category:

Wanneer beursvennootschapsprincipes relevant worden voor bestuur, toezicht, aandeelhouders en risicobeheersing

De Nederlandse Corporate Governance Code is formeel gericht op Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen. De Code bevat principes en best practice bepalingen over bestuur, toezicht, aandeelhouders, langetermijnwaardecreatie, risicobeheersing, cultuur, beloning en verantwoording.

Voor een gewone niet-beursgenoteerde BV geldt de Code niet rechtstreeks. Een MKB-onderneming, familiebedrijf, participatiemaatschappij, joint venture of private BV hoeft de Code dus niet toe te passen alsof zij beursgenoteerd is.

Toch kan de Code relevant worden in situaties waarin governance zwaarder gaat wegen. Denk aan toetreding van private equity, een verkoopproces, opvolging binnen een familiebedrijf, een conflict tussen aandeelhouders, professionalisering van toezicht, externe financiering of voorbereiding op een mogelijke beursgang. In die situaties worden vragen over bestuur, toezicht, aandeelhoudersrechten, risicobeheersing en verantwoording concreet.

De actuele versie van de Nederlandse Corporate Governance Code is beschikbaar via de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. De Code moet bij private ondernemingen niet worden gekopieerd, maar kan wel als juridisch en praktisch referentiekader dienen bij de inrichting van governance.

Deze bijdrage maakt deel uit van de Governance Insights over aandeelhoudersverhoudingen en besluitvorming in de Nederlandse BV en sluit aan bij de inzichten over aandeelhoudersovereenkomsten, one-tier board en two-tier board en corporate governance.

De Code geldt niet voor iedere BV

Het eerste punt moet helder zijn: de Corporate Governance Code is geen algemene governancewet voor alle Nederlandse ondernemingen.

De Code richt zich op beursgenoteerde vennootschappen. Het uitgangspunt is het “pas toe of leg uit”-principe. Beursvennootschappen passen de bepalingen toe of leggen uit waarom zij daarvan afwijken. Dat regime past bij ondernemingen met publieke aandeelhouders, kapitaalmarktverplichtingen en bredere verantwoordingsstructuren.

Voor een private BV werkt dat anders. Daar worden governance-afspraken meestal bepaald door de wet, de statuten, aandeelhoudersovereenkomst, bestuursreglementen, financieringsdocumentatie en de feitelijke verhouding tussen aandeelhouders, bestuur en eventuele commissarissen.

De vraag is dus niet of een private BV de Code moet toepassen. De betere vraag is welke governanceprincipes uit de Code nuttig kunnen zijn wanneer de onderneming complexer wordt.

Wanneer wordt de Code toch relevant?

De Code wordt vooral relevant als governance niet langer alleen intern of informeel kan worden geregeld.

Dat speelt bijvoorbeeld bij een onderneming met meerdere aandeelhouders, een familiebedrijf met actieve en niet-actieve familieleden, een participatie van private equity, een managementparticipatie, een joint venture, een voorgenomen verkoop of een onderneming die richting beursgang beweegt.

In die situaties worden formele governancevragen belangrijker. Wie benoemt bestuurders of commissarissen? Welke besluiten vereisen goedkeuring? Welke informatie moet het bestuur delen? Hoe worden belangenconflicten behandeld? Wie houdt toezicht op strategie, risico’s, financiering en beloning? Hoe wordt besluitvorming gedocumenteerd?

De Code geeft geen kant-en-klare oplossing voor private BV’s, maar biedt wel een nuttig kader om deze vragen systematisch te beoordelen.

Bestuur, toezicht en checks and balances

Een kernonderwerp van de Code is de verhouding tussen bestuur, toezicht en aandeelhouders. Ook bij niet-beursgenoteerde ondernemingen kan dit relevant zijn.

Bij een eenvoudige DGA-BV zijn bestuur en aandeelhouderschap vaak geconcentreerd bij één persoon. Dan is een zware governance-structuur meestal niet nodig. Maar zodra andere aandeelhouders, investeerders, familieleden, managementparticipanten of financiers betrokken raken, verandert de dynamiek.

Dan kan behoefte ontstaan aan een raad van commissarissen, een one-tier board, een adviesraad, investeerdersoverleg of formele goedkeuringsrechten. De juiste vorm hangt af van de onderneming. Belangrijk is dat duidelijk wordt wie bestuurt, wie toezicht houdt en welke besluiten niet zonder goedkeuring mogen worden genomen.

Goede governance is geen papierwerk om het papierwerk. Het voorkomt dat besluitvorming afhankelijk blijft van gewoonte, informele verhoudingen of onduidelijke machtsposities.

Aandeelhoudersverhoudingen en besluitvorming

Bij private BV’s ligt de kern van governance vaak in de aandeelhoudersovereenkomst. Daarin worden afspraken gemaakt over stemrechten, goedkeuringsrechten, informatie, overdracht van aandelen, drag-along, tag-along, deadlock, dividend, financiering, non-compete, exit en leaver-regelingen.

De Corporate Governance Code gaat niet over de standaardinrichting van een aandeelhoudersovereenkomst. Toch zijn de onderliggende thema’s relevant: transparante besluitvorming, duidelijke verantwoordelijkheden, toezicht, belangenafweging en verantwoording.

Voor ondernemers en hun adviseurs is vooral van belang dat governance-afspraken praktisch uitvoerbaar zijn. Een aandeelhoudersovereenkomst met te veel vetorechten kan de onderneming blokkeren. Te weinig rechten kunnen juist leiden tot wantrouwen of geschillen tussen aandeelhouders.

De juiste governance ligt dus niet in zoveel mogelijk controle, maar in een werkbare verdeling van invloed, informatie en verantwoordelijkheid.

Belangenconflicten

Belangenconflicten zijn een belangrijk governance-risico bij niet-beursgenoteerde ondernemingen.

Bij familiebedrijven kunnen actieve en niet-actieve aandeelhouders verschillende belangen hebben. Bij private equity kunnen sponsorbelangen en vennootschapsbelang uiteenlopen. Bij joint ventures kunnen aandeelhouders ook concurrenten zijn. Bij managementparticipaties kan spanning ontstaan tussen management als werknemer, bestuurder en aandeelhouder.

De Code besteedt aandacht aan het voorkomen van belangenverstrengeling. Voor private BV’s is vooral de praktische vertaling van belang. Belangenconflicten moeten worden herkend, besproken en vastgelegd. Soms is onthouding van besluitvorming nodig. Soms moet een onafhankelijke commissaris, adviseur of aandeelhoudersvergadering worden betrokken.

Wie belangenconflicten pas adresseert nadat het conflict is geëscaleerd, is vaak te laat.

Risicobeheersing en de VOR

De Corporate Governance Code 2025 bevat de Verklaring Omtrent Risicobeheersing, de VOR. Die verklaring is onderdeel van de verantwoording over interne risicobeheersings- en controlesystemen bij beursgenoteerde vennootschappen.

Voor private BV’s geldt die verplichting niet op dezelfde manier. Toch is het onderwerp relevant, vooral bij ondernemingen met externe investeerders, financiers, overnameplannen of een complexere bedrijfsvoering.

Kopers, banken, private equity-partijen en minderheidsaandeelhouders kijken steeds vaker naar risicobeheersing. Zij willen weten hoe de onderneming omgaat met financiële risico’s, fiscale risico’s, cyberrisico’s, compliance, contractuele verplichtingen, HR-risico’s, dataprotectie, claims en afhankelijkheid van belangrijke klanten of leveranciers.

Een private BV hoeft geen beursgenoteerd risk framework te hebben. Maar zij moet in een transactie of governancegesprek wel kunnen uitleggen welke risico’s bestaan, wie verantwoordelijk is en hoe besluiten daarover worden genomen.

Corporate governance bij verkoop van een onderneming

Governance wordt vaak zichtbaar bij een verkoopproces. Een koper kijkt in due diligence niet alleen naar cijfers en contracten, maar ook naar besluitvorming, aandeelhoudersrechten, goedkeuringen, bestuursbesluiten, managementparticipaties, certificering, claims, risico’s en interne bevoegdheden.

Een onderneming met onduidelijke governance kan closing risk veroorzaken. Denk aan aandeelhouders die niet willen meewerken, ontbrekende besluiten, onduidelijke drag-along-regelingen, oude managementaandelen, conflicten over informatie of goedkeuringsrechten die niet tijdig zijn onderkend.

Wie een onderneming wil verkopen, hoeft de Corporate Governance Code niet toe te passen. Maar de thema’s uit de Code kunnen wel helpen om vooraf te beoordelen of bestuur, toezicht, risico en aandeelhoudersverhoudingen op orde zijn.

Zie ook aandeelhoudersstructuur opschonen vóór verkoop en corporate housekeeping vóór verkoop van een onderneming.

Corporate governance bij private equity

Bij private equity-transacties wordt governance vaak contractueel strak ingericht. Een fonds wil invloed op strategie, budget, financiering, acquisities, management, exit en belangrijke investeringen. Management wil voldoende ruimte houden om de onderneming te leiden.

Daarvoor zijn de Code-beginselen over bestuur, toezicht, risicobeheersing en verantwoording relevant, maar niet als verplicht model. De relevante documenten zijn meestal de aandeelhoudersovereenkomst, managementparticipatieovereenkomst, statuten, bestuursreglementen en financieringsdocumentatie.

De praktische vraag is of de governance werkt nadat de deal is gesloten. Kan management handelen? Heeft de investeerder voldoende bescherming? Zijn reserved matters duidelijk? Is er een werkbare overlegstructuur? Zijn conflicten en leaver-situaties geregeld?

Een PE-governance structuur moet controle geven zonder de onderneming onbestuurbaar te maken.

Familiebedrijven en opvolging

Bij familiebedrijven speelt governance vaak op een andere manier. De verhouding tussen eigendom, bestuur en familie is niet altijd juridisch scherp gescheiden.

Actieve familieleden kunnen in het bestuur zitten. Niet-actieve familieleden kunnen aandeelhouder zijn. Er kunnen afspraken nodig zijn over dividend, informatie, opvolging, verkoop, waardering, toetreding, uittreding en zeggenschap.

De Corporate Governance Code is niet geschreven voor familiebedrijven. Toch kunnen de thema’s bestuur, toezicht, verantwoording en belangenconflicten behulpzaam zijn. Zeker wanneer een familiebedrijf professionaliseert, externe bestuurders aantrekt of een verkoop of opvolging voorbereidt.

Richting beursgang

Voor ondernemingen die op termijn een beursgang overwegen, wordt de Code vanzelf relevanter.

Een onderneming hoeft niet pas vlak vóór IPO na te denken over governance. Vaak moet eerder worden gekeken naar bestuurssamenstelling, raad van commissarissen, onafhankelijkheid, risicobeheersing, verslaglegging, beloning, aandeelhoudersrechten, certificering en informatievoorziening.

In die context kan de Code worden gebruikt als voorbereiding op een zwaarder governance-regime. Niet alles hoeft direct te worden ingevoerd, maar de onderneming kan wel tijdig bepalen welke governance-aanpassingen nodig zijn.

Praktische conclusie

De Nederlandse Corporate Governance Code geldt formeel voor beursgenoteerde vennootschappen. Voor niet-beursgenoteerde BV’s is de Code niet automatisch van toepassing en moet zij niet één-op-één worden gekopieerd.

Toch kan de Code relevant zijn wanneer governance juridisch en commercieel belangrijker wordt. Dat speelt vooral bij private equity, verkoopprocessen, familiebedrijven, joint ventures, minderheidsaandeelhouders, externe financiering en voorbereiding op een beursgang.

Voor Nederlandse ondernemers en hun adviseurs is de praktische waarde van de Code dat zij helpt om de juiste vragen te stellen: hoe is bestuur ingericht, wie houdt toezicht, welke aandeelhoudersrechten gelden, hoe worden risico’s beheerst, hoe worden belangenconflicten behandeld en hoe wordt besluitvorming vastgelegd?

Goede governance begint niet bij beursregels. Zij begint bij een structuur die past bij de onderneming, haar aandeelhouders en haar toekomstplannen.

FAQ

Geldt de Nederlandse Corporate Governance Code voor een BV?
Niet automatisch. De Code is formeel gericht op beursgenoteerde vennootschappen. Een private BV hoeft de Code niet toe te passen, tenzij partijen daar zelf afspraken over maken of specifieke omstandigheden dat praktisch relevant maken.

Waarom kan de Code toch relevant zijn voor niet-beursgenoteerde ondernemingen?
Omdat de Code thema’s behandelt die ook bij private ondernemingen relevant kunnen worden, zoals bestuur, toezicht, aandeelhoudersrechten, risicobeheersing, belangenconflicten en verantwoording.

Moet een MKB-bedrijf de Corporate Governance Code toepassen?
Nee. Voor de meeste MKB-bedrijven is volledige toepassing niet passend. Wel kunnen bepaalde principes nuttig zijn bij meerdere aandeelhouders, externe financiering, verkoop, opvolging of professionalisering van toezicht.

Wat is de VOR?
De VOR is de Verklaring Omtrent Risicobeheersing. Deze verklaring is onderdeel van de Corporate Governance Code 2025 en ziet op verantwoording over interne risicobeheersings- en controlesystemen bij beursgenoteerde vennootschappen.

Is de Code relevant bij verkoop van een onderneming?
Indirect wel. In een verkoopproces kijkt een koper naar governance, besluitvorming, aandeelhoudersrechten, goedkeuringen, risico’s en documentatie. De Code kan helpen om vooraf de juiste governancevragen te stellen.

Over Dirk de Waard

Dirk de Waard is advocaat ondernemingsrecht en M&A, partner bij Venture Lawyers in Amsterdam, en adviseert ondernemers, DGA’s, familiebedrijven, investeerders, aandeelhouders en M&A-adviseurs over Nederlandse BV-governance, aandeelhoudersovereenkomsten, bestuur en toezicht, private equity, verkoopprocessen, joint ventures en aandeelhoudersgeschillen.

Governance inrichten bij verkoop, investering of aandeelhoudersstructuur?

De Corporate Governance Code hoeft bij private BV’s niet letterlijk te worden toegepast, maar de onderliggende governancevragen kunnen wel relevant worden bij verkoop, private equity, opvolging, joint ventures, minderheidsaandeelhouders of externe financiering. Bestuur, toezicht, aandeelhoudersrechten, risicobeheersing en besluitvorming moeten dan juridisch en praktisch op elkaar aansluiten.

Dirk de Waard adviseert ondernemers, DGA’s, familiebedrijven, investeerders en M&A-adviseurs over governance bij Nederlandse BV’s en transacties. Neem contact op via dirk.dewaard@viottalaw.com om governance-documentatie en besluitvorming praktisch en juridisch goed in te richten.

By VIOTTA.

Recent cases.

This is what we do best.

Expertise.