In Domo-beschikking over onvoorziene voorzieningen bij aandeelhoudersconflicten

Category:

Onvoorziene voorzieningen in enquêteprocedures en geschillenregeling

De Ondernemingskamer heeft in de In Domo-beschikking van 26 mei 2026 bevestigd dat zij in een gecombineerde geschillenregeling en enquêteprocedure onder omstandigheden andere voorzieningen kan treffen dan de voorzieningen die letterlijk zijn verzocht. Zie ECLI:NL:GHAMS:2026:1473.

Dat is relevant voor ondernemers, aandeelhouders, investeerders en hun adviseurs. In aandeelhoudersconflicten gaat het vaak niet alleen om de vraag wie formeel gelijk heeft, maar ook om de vraag welke maatregel nodig is om de vennootschap bestuurbaar te houden.

De beschikking past in een bredere ontwikkeling waarin de Ondernemingskamer pragmatisch kijkt naar governance-conflicten, zeker wanneer enquêteverzoeken, uitstotings- of uittredingsverzoeken en voorlopige voorzieningen samenkomen.

Wat speelde er?

De zaak betrof een gecombineerd verzoek in het kader van de geschillenregeling en het enquêterecht. De Ondernemingskamer moest onder meer beoordelen welke ruimte zij heeft om voorzieningen te treffen wanneer de procedure verschillende routes combineert.

De kern uit de beschikking is dat, voor zover een verzoeker, verweerder of belanghebbende in de geschillenprocedure de Ondernemingskamer in staat wil stellen een andere voorziening te treffen dan waarom is verzocht, daarvoor niet steeds een afzonderlijk enquêteverzoek nodig is.

Dat betekent niet dat alles zomaar kan. De Ondernemingskamer blijft gebonden aan de rechtsstrijd, hoor en wederhoor en de strekking van het verzoek. Maar de beschikking bevestigt dat de Ondernemingskamer in passende gevallen niet strikt hoeft vast te zitten aan de exacte formulering van het petitum.

Waarom is dit praktisch relevant?

Voor aandeelhoudersconflicten is dit belangrijk. In de praktijk blijkt tijdens een procedure soms dat de gevraagde voorziening niet de meest geschikte oplossing is. Een partij vraagt bijvoorbeeld om uitstoting, uittreding, schorsing van een bestuurder, benoeming van een tijdelijk bestuurder of een andere voorlopige maatregel. Maar tijdens de behandeling kan duidelijk worden dat een andere maatregel beter aansluit bij het belang van de vennootschap.

De In Domo-beschikking bevestigt dat de Ondernemingskamer in zulke gevallen ruimte kan hebben om een passende voorziening te treffen, mits partijen zich daarover voldoende hebben kunnen uitlaten en de maatregel binnen de context van het geschil blijft.

Voor procespartijen betekent dit dat zij niet alleen moeten nadenken over wat zij zelf vragen, maar ook over welke andere maatregelen de Ondernemingskamer mogelijk passend kan vinden.

Lessen voor ondernemers en investeerders

Voor ondernemers en investeerders met een aandeelhoudersconflict is de belangrijkste les dat een procedure bij de Ondernemingskamer dynamisch kan verlopen. Het verzoekschrift is belangrijk, maar het proces kan zich ontwikkelen.

Wie een procedure start, moet daarom niet alleen één gewenste uitkomst formuleren, maar ook nadenken over alternatieve voorzieningen. Denk aan tijdelijke governance, informatievoorziening, stemrechtbeperkingen, benoeming van een onafhankelijke bestuurder, aandelenbeheer of procesafspraken tussen aandeelhouders.

Wie zich verweert, moet niet alleen reageren op het gevraagde, maar ook anticiperen op mogelijke andere maatregelen. De vraag is steeds: welke voorziening kan de Ondernemingskamer nodig achten om de impasse te doorbreken of de vennootschap te beschermen?

Conclusie

De In Domo-beschikking onderstreept de pragmatische rol van de Ondernemingskamer in complexe aandeelhoudersgeschillen. De Ondernemingskamer kijkt niet alleen naar de letterlijke formulering van het verzoek, maar ook naar wat binnen de rechtsstrijd nodig kan zijn om tot een werkbare oplossing te komen.

Voor ondernemers, investeerders en hun adviseurs betekent dit dat zij in Ondernemingskamerprocedures rekening moeten houden met meer dan het gevraagde in het petitum. Wie procedeert over governance, moet ook nadenken over de voorzieningen die de Ondernemingskamer zelf passend kan achten.

FAQ

Wat is de kern van de In Domo-beschikking?

De kern is dat de Ondernemingskamer in een gecombineerde geschillenregeling en enquêteprocedure onder omstandigheden andere voorzieningen kan treffen dan exact zijn verzocht.

Betekent dit dat de Ondernemingskamer alles mag opleggen?

Nee. De Ondernemingskamer blijft gebonden aan de rechtsstrijd, hoor en wederhoor en de context van het verzoek.

Waarom is dit relevant voor aandeelhoudersconflicten?

Omdat tijdens een procedure kan blijken dat een andere tijdelijke of voorlopige maatregel beter past bij het belang van de vennootschap.

Wat moeten partijen hiermee doen?

Partijen moeten niet alleen nadenken over hun primaire verzoek, maar ook over alternatieve voorzieningen die de Ondernemingskamer kan overwegen.

Is het petitum nog belangrijk?

Ja. Het petitum blijft belangrijk, maar de beschikking laat zien dat de Ondernemingskamer in passende gevallen pragmatisch kan omgaan met de exacte formulering daarvan.

Over Dirk de Waard

Dirk de Waard is advocaat ondernemingsrecht en M&A en partner bij Venture Lawyers in Amsterdam. Hij adviseert ondernemers, aandeelhouders, investeerders en bestuurders over aandeelhoudersconflicten, Dutch BV-governance, geschillenregeling, enquêteprocedures en procedures bij de Ondernemingskamer.

Te maken met een aandeelhoudersconflict of Ondernemingskamerprocedure?

Bij een aandeelhoudersconflict is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de formele vordering, maar ook naar mogelijke tijdelijke governance-oplossingen. De gekozen processtrategie kan bepalen welke voorzieningen de Ondernemingskamer kan overwegen.

Dirk de Waard adviseert ondernemers, aandeelhouders en investeerders over governance-conflicten en Ondernemingskamerprocedures. Neem contact op via dirk.dewaard@viottalaw.com om de juridische strategie bij een aandeelhoudersgeschil te bespreken.

By VIOTTA.

Recent cases.

This is what we do best.

Expertise.