Tegenstrijdige belangen aandeelhouders

Recentelijk kwam naar buiten dat de Makelaarsvereniging NVM haar meerderheidsbelang in Funda voorlopig niet kwijt wil. Dit is een schop tegen het zere been van een groep certificaathouders.

Deze groep minderheidsaandeelhouders – verenigd in Stichting FundaBelang – was reeds een procedure bij de Ondernemingskamer gestart met het doel om NVM ertoe te bewegen in gesprek te gaan met geïnteresseerde beleggers. De procedure werd aangehouden om de NVM de kans te geven intern over de toekomst van Funda te beslissen.

Uit het recent verschenen strategieonderzoek blijkt nu dat NVM de voorkeur geeft aan de verkoop van een klein belang van de minderheidsaandeelhouders. Stichting FundaBelang ziet een beursgang als de meest interessante optie en laakt het onvoldoende handelen van NVM. Meerdere private equity partijen hebben reeds interesse getoond in Funda.

De halsstarrige houding van NVM is een doorn in het oog voor Stichting FundaBelang. Zij dreigen derhalve de eerder aangehouden procedure bij de Ondernemingskamer te hervatten. Ondernemingsrecht advocaat Martijn Kesler geeft uitleg over een dergelijke procedure.

Twee kantoortorens met blauwe lucht

Enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer

Een procedure bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam wordt ook wel een enquêteprocedure genoemd. De aandeelhouders, een betrokken vakorganisatie of de vennootschap verzoeken de Ondernemingskamer via een verzoekschrift een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap.

Enquêterecht aandeelhouders

Aandeelhouders kunnen een enquêteverzoek doen als zij gezamenlijk tenminste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of rechthebbenden zijn van een absolute aandelen- of certificatenwaarde van minimaal € 225.000.

Bij beursgenoteerde vennootschappen moeten de aandelen of certificaten ten minste een waarde van € 20 miljoen vertegenwoordigen, volgens de slotkoers op de laatste handelsdag voor indiening van het verzoek. Statutair of bij overeenkomst kan worden bepaald dat anderen bevoegd zijn een enquêteverzoek te doen (art. 2:346 lid 1 BW).

Toetsingsmaatstaf van de Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer wijst het enquêteverzoek slechts toe wanneer is gebleken van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. De feiten en omstandigheden zijn bij deze toetsingsmaatstaf van cruciaal belang.

Wanneer de Ondernemingskamer een onderzoek gelast, dient zij aan te geven op welke periode en op welke specifieke delen van het beleid het onderzoek zich moet richten.

Treffen van onmiddellijke voorzieningen vóór het onderzoek

De Ondernemingskamer kan – indien de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek dat vereist – nog voordat het onderzoek aanvang neemt, onmiddellijke voorzieningen treffen (art. 2:349a BW).
Onmiddellijke voorzieningen zijn tijdelijke ordemaatregelen. Denk hierbij aan het schorsen van een bestuurder, het benoemen van een tijdelijke bestuurder of commissaris, het uitstellen van een aandeelhoudersvergadering of het schorsen van een besluit.

In de volgende situaties kan het treffen van een onmiddellijke voorziening uitkomst bieden:

  1. indien de belangen van een minderheidsaandeelhouder met voeten worden getreden door een meerderheidsaandeelhouder of het bestuur;
  2. om te voorkomen dat het bestuur een weg inslaat die bepaalde aandeelhouders niet willen;
  3. om een impasse tussen bestuurders of aandeelhouders te kunnen doorbreken; of
  4. om wanbeleid te doen eindigen.

Het onderzoek in stappen

Als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen, gelast de Ondernemingskamer een onderzoek. Zij benoemt vervolgens een onderzoeker, waarvan de kosten worden gedragen door de vennootschap.

De onderzoeker heeft ruime bevoegdheden. Zo krijgt de onderzoeker toegang tot de volledige administratie en zijn alle betrokkenen binnen de vennootschap verplicht tot medewerking aan het onderzoek. De onderzoeker legt zijn bevindingen vast in het onderzoeksverslag. Dit verslag wordt gedeponeerd bij de griffie van de Ondernemingskamer.

Het treffen van voorzieningen

Als verzoekers of andere betrokkenen met enquêterecht van mening zijn dat uit het verslag blijkt dat sprake is (geweest) van wanbeleid, dan kunnen zij de Ondernemingskamer binnen twee maanden na deponering van het verslag verzoeken vast te stellen dat uit het verslag inderdaad wanbeleid naar voren komt.

In dat geval is de Ondernemingskamer bevoegd voorzieningen te treffen waaronder: vernietiging van een besluit, tijdelijke overdracht van de aandelen, ontslag van een bestuurder of zelfs ontbinding van de vennootschap. De uitkomst van het onderzoek kan daarnaast worden gebruikt in een aansprakelijkheidsprocedure tegen de bestuurder(s).

Meer weten?

Ondernemingsrecht advocaat Martijn Kesler heeft veel ervaring met enquêteprocedures bij de Ondernemingskamer. Voor verdere vragen kunt u contact opnemen met Martijn via martijn.kesler@viottalaw.com | +31 20 24 80 603.

Viotta Law - Martijn Kesler

Martijn Kesler

Advocaat

Indien u een legal opinion naar Nederlands recht nodig heeft, aarzel dan niet om contact op te nemen met onze legal opinion expert Martijn Kesler at martijn.kesler@viottalaw.com

Door VIOTTA.

Recente zaken.